Keuzevrijheid wmo-passagiers pakt in Heerenveen prima uit

In Heerenveen mogen mensen met een wmo-indicatie zelf kiezen op welke van de zeven beschikbare taxibedrijven ze een beroep doen. Voor deze Friese gemeente heeft dat heel goed uitgepakt: alles wat men hiermee wilde bereiken, is ook bereikt. Maar dat wil nog niet zeggen dat deze werkwijze in elke gemeente zijn vruchten zal afwerpen.

Het bieden van keuzevrijheid aan gebruikers van wmo-voorzieningen is in Heerenveen vrij gebruikelijk. Vanwege de goede ervaringen hiermee werd in 2017 het Zeeuws model ingevoerd voor het doelgroepenvervoer. Alle vervoerders die voldeden aan de gestelde eisen, waren welkom om in te schrijven. Een vastgesteld, kostendekkend tarief maakte dat er geen ruimte was voor ongezonde concurrentie op prijs. Tegelijk was en is er wel een gezonde prikkel om kwaliteit te leveren, want dat bepaalt mede de keuze van de wmo’ers voor een bepaalde vervoerder.

Deze aanpak bood ook de lokale en vaak wat kleinere vervoerders de kans om aan te haken, legt Sjoukje van der Horst uit. Zij is beleidsregisseur Sociaal Domein bij de gemeente Heerenveen. “Wat wij voor ogen hadden, was een win-win-win situatie. Onze inwoners kunnen kiezen met welke vervoerder ze willen reizen. Er worden reële tarieven betaald, waardoor vervoerders onderlinge concurrentie ervaren op gepaste wijze. En het is een laagdrempelige wijze van aanbesteden, ook voor het MKB.”

Gezond en goed

Zo’n 3,5 jaar later zijn alle doelen die vooraf waren geformuleerd ook daadwerkelijk bereikt. “Het is eigenlijk precies verlopen zoals we hadden verwacht. Ik vind dat we in Heerenveen een goede stap voorwaarts hebben gezet als overheidsorganisatie. We hebben de opdracht op een gezonde en kwalitatief goede wijze op de markt gezet.” Veranderingen in het systeem zijn er de afgelopen jaren dan ook niet doorgevoerd.

Halverwege 2017 bleken de ruim duizend inwoners van Heerenveen met een wmo-indicatie een voorkeur voor de lokale vervoerders te hebben. Zo’n 80 procent bleef ‘gewoon’ bij Taxicentrale Witteveen, dat voorheen de enige wmo-vervoerder was in het gebied. Nog eens 14 procent deed een beroep op Taxi Koopmans en 5 procent op Taxicentrale Heerenveen. “Voor de grotere spelers van buitenaf gaat het om hooguit enkele klanten”, legde Van der Horst destijds uit.

“En dat is nog steeds zo”, vertelt ze in januari 2020. “We zien dat gebruikers voornamelijk trouw blijven aan hun huidige vervoerders, ook al kunnen zij jaarlijks overstappen. Dat kan natuurlijk betekenen dat onze inwoners over het algemeen tevreden zijn over de kwaliteit van onze gecontracteerde vervoerder. Jaarlijks maken ongeveer tien tot twintig inwoners de overstap naar een andere vervoerder, terwijl met name de lokale bedrijven meer nieuwe klanten krijgen.”

Complimenten en zekerheid

De tevredenheid ziet Van der Horst ook terug in de feedback die de gebruikers op het vervoer geven. Klachten zijn er volgens haar nauwelijks; complimenten des te meer. Ook de vervoerders zijn volgens haar te spreken over de Heerenveense variant op het Zeeuwse model. Het nadeel van een gebrek aan volumegarantie wordt enigszins gecompenseerd met het feit dat de keuze voor een vervoerder voor minstens een jaar vaststaat. Dat er in de praktijk weinig van vervoerder wordt gewisseld, zorgt voor aanvullende zekerheid.

“Ik merk dat veel vervoerders onze werkwijze ook aanbevelen bij andere gemeenten. Dat is leuk om te zien. En veel gemeenten hebben de afgelopen jaren contact met mij opgenomen om te bekijken hoe Heerenveen het wmo-vervoer heeft georganiseerd.” Maar, zo benadrukt ze: wat in Heerenveen werkt, hoeft niet per se in andere gemeenten te werken. Zo met er goed worden nagedacht over de kosten.

Combinatiegraad

“Het is belangrijk om van te voren de combinatiegraad van ritten inzichtelijk te krijgen. In onze gemeente was de combinatiegraad zodanig dat we het aandurfden om verschillende vervoerders te contracteren, met het risico op een combinatiegraad van één persoon per rit. Mocht de combinatiegraad erg hoog liggen, dan is het voor een gemeente goed om te weten dat die door deze werkwijze naar alle waarschijnlijkheid omlaag gaat. Dit is natuurlijk een risico als gaat om de uitgaven van een gemeente. Bij ons is dit risico beheersbaar gebleven.”

En dus heerst er tevredenheid over de gemaakte keuzes. Heerenveen heeft zijn modus gevonden als het om wmo-vervoer gaat. Van der Horst: “Ik kan me zoals gezegd voorstellen dat het systeem niet voor iedere gemeente werkbaar is, maar in onze regio – een plattelandsgemeente – is dit een gepaste oplossing en een toekomstbestendig systeem.”