Verlichting op snelwegen ’s nachts weer aan

De lantaarnpalen langs de snelwegen in ons land gaan ’s avonds en ’s nachts weer aan. Dat schrijft minister Van Nieuwenhuizen aan de Tweede Kamer. Ze wijst op onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid waaruit blijkt dat verlichting bijdraagt aan de verkeersveiligheid. Enige voorwaarde voor het inschakelen is dat beschermde diersoorten er geen last van mogen hebben.

Tot het voorjaar van 2013 was de aanwezige verlichting langs de Nederlandse autosnelwegen de hele nacht ingeschakeld. Het vorige Kabinet besloot de verlichting in bepaalde situaties tussen 21.00 en 05.00 uur of tussen 23.00 uur en 05.00 uur uit te zetten. Eind 2017 bevroor Van Nieuwenhuizen de uitrol van de maatregel. Op dat moment was de verlichting langs ongeveer 550 kilometer snelweg uitgezet.

In die periode verscheen ook het Regeerakkoord. Daarin staat dat, daar waar verlichting op de snelwegen bijdraagt aan verhoging van de verkeersveiligheid, deze ’s avonds en ’s nachts weer aan gaat. De afgelopen tijd heeft de minister laten onderzoeken hoe ze daar het beste invulling aan kan geven.

Effecten op verkeersveiligheid

Zo heeft de SWOV het factsheet openbare en voertuigverlichting geüpdatet. Hierin staat onder meer: “Het plaatsen van openbare verlichting zorgt voor een afname van 50 procent van het aantal letselongevallen in het donker. Nadelen van openbare verlichting zijn onder andere de kans op botsingen met lichtmasten, lichthinder en de kosten voor materiaal, onderhoud en energieverbruik. De effecten van verlaging van het verlichtingsniveau op autosnelwegen op de verkeersveiligheid verschillen per situatie.”

Het onderzoek trok Van Nieuwenhuizen over de streep. Nu informeert ze de Tweede Kamer over de te nemen stappen. Zo moet ze rekening houden met de Wet Natuurbescherming. Deze wet verbiedt activiteiten die leiden tot het opzettelijk verstoren van beschermde diersoorten en/of het beschadigen van voortplantingsplaatsen- of rustplaatsen van deze soorten.

Diersoorten

“Hierdoor is het noodzakelijk om te toetsen welke effecten er zijn als verlichting weer wordt aangezet”, schrijft de minister. “Er moet daarvoor in kaart gebracht worden welke soorten zich waar bevinden en of dit een knelpunt oplevert. In het geval van een knelpunt is het noodzakelijk om eerst compenserende maatregelen te treffen voor beschermde diersoorten.”

Rijkswaterstaat gaat middels quickscans op locatie onderzoeken waar zogenoemde hotspots van beschermde soorten zijn die een knelpunt opleveren. Binnen zes maanden zullen die uitgevoerd zijn, zo is de bedoeling. Van Nieuwenhuizen verwacht, op basis van gegevens van de wegbeheerder, dat op het merendeel van de locaties, geen knelpunten gevonden worden. In die gevallen kan de verlichting daar weer ingeschakeld worden.